Charlie Barnet
Begonnen als acteur, saxspeler, beïnvloed door Coleman
Hawkins en Duke Ellington.
Lanceerde enkele grote zangeressen zoals Lena
Horne.
Nummers : Cherokee, Pompton Turnpike, en vooral Skyliner.
Count Base
Kleine ronde reus in jazzmuziek. Pianospeler, arrangeur,
orkestleider van één van de beste swingbands (zowel in de jaren 30, 40 als 50
en 60). Zowat alle latere jazzsolisten hebben bij hem school gelopen : Lester
Young, Buddy Tate, enz. , alsook grote vocale talenten zoals Jimmy Rushing,
Billie Holiday en Ella Fitzgerald. Had ook jaren een combo met o.m. gitarist
Freddie Green, bassist Walter Page en drummer Jo Jones (of Buddy Rich). Basie is
blijven touren (ook diverse concerten in België) en had zijn sound verfijnd tot
een gesofistikeerde meesterlijke ‘less notes makes it swing more’ sound, of
hoe je met twee, drie tokkels op het pianoklavier een swingend nummer neerzet.
Dus niet zomaar de ‘graaf’ genoemd...
Nummers
: One O’Clock Jump, Jumpin’ at the Woodside, Panassie Stomp, Moten Stomp,
teveel om op te sommen.
Les Brown
Begin 2001 overleden. Doorbraak in het (beroemde) Glen
Island Casino, pas goed op dreef in de late jaren 40. Is tot op hoge leeftijd
blijven optreden en opnames maken.
Vooral beroemd door zijn leading lady zangeres Doris
Day (toen ze nog niet als actrice en de ‘maagd van Hollywood’ bekend was...)
met nummers als ‘Sentimental Journey’ en ‘You won’t be satisfied
until you break my heart’.
Swinger
: Leap Frog.
Cab
Calloway
Hidehidehidehoo
! Minnie the Moocher, jawel, zeker nog bekend bij het jonge volkje.
Ook zo’n forever young hipcat en nog springlevend, onze scatzingende Cab !
Doorbraak in de notoire Cotton Club, Harlem, New York, begin jaren 30.
Zingt ballads stukken beter, maar zal nu eenmaal als de vocale clown bekend
blijven.
In films als ‘Stormy Weather’ kun je hem zien jumpen en scatten.
Casa Loma Orchestra
Typisch zo’n ballroom dansorkest, dat de toon gezet heeft
voor alle andere big bands.
Diende als lanceerplatform en draaischijf voor o.m. talenten als Mildred Bailey,
Louis Armstrong, en de leider Glen Gray. Behoort tot de ‘vroege’ succesvolle
bands, en bracht iets té gepolijste jazz. Memorabel
nummer : Smoke Rings.
Bob Crosby
Jongere broer van Bing, leider van één van de lekkerst
swingende bands. Begonnen als dixieland band, ook bekend als de ‘Bob Cats’.
Nummers
: Blue Moon, Blue Room, Prelude to a Kiss, enz.
Xavier Cugat
Cugie, één van de eerste latin swing bands, met
muzikanten in fel gekleurde hemden, wiegende conga’s, meeslepende exotische
ritmes, meisjes en zangeressen met hele fruitmanden op het hoofd.
Klassiekers : Brazil, Amor, Besame mucho.
Dorsey, Jimmy & Tommy
De onbetwiste swingmeesters. Elk een eigen hoofdstuk waard,
dus ultra kort :
Begonnen als dixieland band, later gesplit na ruzie hadden
ze elk hun eigen band, Tommy (trombonist) de trendsetter, Jimmy de fijne
solospeler (saxofoon). Zo goed als bijna alle swingmusici hebben ooit in hun
bands gespeeld. Frank Sinatra begon
bij Tommy zijn carrière als orkestzanger. In de jaren 50 legden de broers hun
ruzie bij, hadden nog een televisieshow (met zelfs rocker Elvis als gastster !).
De betere Dorsey is duidelijk de ‘vroege’ swingende bandleider. Later (met
de jaren) leidt de Dorsey-sound ook een beetje aan het zelfde euvel : teveel
arrangement, ‘teveel getoeter’, te weinig pit.
Een
greep uit het Dorsey-repertoire : Well Git It, Marie, Boogie Woogie, Song
of India, On the Sunny Side of the Street, Chicago, I’m Getting Sentimental
Over You, Hawaiian War Chant, (nummers met Sinatra = zie SINATRA in OVERZICHT).
Duke Ellington
Sterk beïnvloed door Fletcher Henderson, was ‘hertog’
Ellington er al vroeg bij (reeds in de jaren 20) om zijn typische sound te
slijpen en wisselend ‘pop’ (commercieel) en ‘jazz’ (trendsettend) te
spelen. Zijn getalenteerde band is ‘ook even’ een swingband geweest, maar
had natuurlijk veel meer in petto. Ellington torent uit boven de trends, is een
blijvende waarde geworden en een attractiepool voor talent (Billy Strayhorn).
Nummers
: Take the A Train, Mood Indigo, Satin Doll, Don’t Get Around Much Anymore,
Sophisticated Lady, It Don’t Mean a Thing If It Ain’t Got That Swing.
Benny Goodman
Klarinet mét brilletje. Terecht de ‘king of swing’ (hoewel,
Artie Shaw was op zeker ogenblik zeker die titel waard). Zette de ganse
swingmolen in beweging, in de Hollywood Palomar Club, op 21 augustus 1935 (zie
ook = OVERZICHT). Ook zijn combo werd een vaste waarde, met Lionel Hampton (vibrafonist),
Gene Krupa (drums), Teddy Wilson (gitaar).
Krakers
: King Porter Stomp, Sugar Foot Stomp, Stompin’ At The Savoy, One O’Clock
Jump, Goody Goody, Bugle Call Rag, Don’t Be That Way, And The Angels Sing, en
vooral de monsterswing (bijna 9 minuten !) Sing Sing Sing (with a Swing). Er
zijn swingpareltjes met gastvedetten zoals Count Basie, Lester Young, Ella
Fitzgerald,
Woody Herman
Keurig klarinetspeler, de gentleman-swinger, met zijn band,
de ‘Herman Herd’. Hield talent als trompetspeler Neal Hefti in huis, en
verfijnde zijn sound vooral eind jaren 40.
Nummers
: Woodchopper’s Ball, Caldonia, Blue Flame, Bijou, Perdido.
Harry James
Geweldig trompetspeler, ooit de beste. Meeslepend,
opzwepend, briljante techniek, denk maar aan zijn virtuoos ‘Flight of the
Bumble Bee’. In zijn swingband was hij de allereerste die een piepjonge ...
Frank Sinatra een kans gaf, alsook Dick Haymes en Helen Forrest (met ‘I’ve
Heard That Song Before’). Later, iets te plat-commercieel een beetje de
‘James Last’ avant la lettre geworden. Toegegeven, misschien moet je al na
drie schetterende toeternummers afhaken, maar dan toch hier drie
ballad-klassiekers : All or Nothing
at All (met Sinatra), You Made Me Love You en Skylark.
Gene Krupa
De ‘vader van alle drummers’. Geweldig op dreef in
bands/combos als die van Benny Goodman, vormde hij snel zijn eigen band met Roy
Eldridge als trompetspeler en Anita
O’Day als plagerige, zwoele zangeres. Zwetende, sexy showman Gene zal
bekend blijven voor enkele memorabele drumsolo’s in : Drum Boogie, Let Me Off
Uptown, Rockin’ Chair, Drummin’ Man.
Jimmy Lunceford
Typische ‘vroege’ swingband, met een eigen, schitterend
subtiele sound (o.m. door arrangeur Sy Oliver). Niet meer zo gekend, toch
trendsettend.
Nummers
: Blue Heaven, Uptown Blues, Yesterdays.
Glenn Miller
Op zich al een aparte website waard. Laten we eerlijk zijn
: de ‘vroege’ Miller (1938-1942) swingt als de pest, maar toch hoor je al
die gladde, iets te keurige arrangementen en ‘verzorgde afwerking’, vooral
van de zoete ballads (in zijn eigen meesterlijke Miller-sound). Zeker weten dat
kerels als James Last, Ray Conniff, en al die andere bandleaders van bijv.
Duitse ‘Tanzorkester’ gereïncarneerde Millertjes zijn... Maar wie zijn wij,
millions of fans can’t be wrong.
Miller nam het ‘four-to-the-bar’ tempo van Basie over,
hoewel Basie altijd losser, vrijer en ‘swingier’ bleef. Instant-klassiekers
: In The Mood, Tuxedo Junction, Chattanooga Choo Choo, A String of Pearls,
Little Brown Jug, en bij de ballads, dé slow der slows :
Moonlight Serenade.
Na zijn plotse dood in ’44 nam saxspeler Tex
Beneke het orkest over. Beneke zou later zelf nog met zijn eigen band
uitstekende swing opnemen.
Artie Shaw
Misschien niet de ‘king of swing’, maar zeker de
‘king of clarinet’. Onstuimig veelzijdig talent (de 98-jarige ‘hippie’
Shaw schrijft momenteel zijn memoires), ook al berucht voor zijn talloze
affaires/huwelijken met diva’s als Ava Gardner (liet hem zitten voor Sinatra),
Rita Hayworth (liet hem zitten voor Orson Welles), geducht voor zijn temperament
en plotse koerswendingen in zijn muziekstijl, opnamestrategie, samenstelling van
zijn talloze en voortdurend van bezetting wisselende bands. Het mag een klein
wonder heten dat de man nog zovele uitstekende en lekker swingende opnames heeft
nagelaten :
Begin
the Beguine, Frenesi, Stardust (met zuinig gearrangeerde en passende violen),
Moonglow, Any Old Time (met Billie Holiday), I Cover The Waterfront, Indian Love
Call, en mijn alltime favoriet ‘Lover, Come Back To Me’.
Swingers = Traffic Jam, het schitterende At Sundown, en
‘Everything is Jumpin’.
EN VELE ANDEREN ...
Vanzelfsprekend vergeten we talloze andere uitstekende
bands en bandleaders.
Je houdt van ‘name-dropping’ ? Vooruit dan maar ! :
Will Bradley, Bobby Byrne, Frankie Carle, Benny
Carter, Bob Chester, Larry Clinton, Eddy Duchin, Sonny Dunham, Billy
Eckstine, Shep Fields, Dizzy
Gillespie, George Hall, Mal Hallett, Lionel
Hampton, Horace Heidt, Fletcher
Henderson, Earl Hines, Ina Ray Hutton (vrouwelijke bandleader van een
all-girl orkest), Isham Jones, Sammy Kaye, Hal Kemp, Stan Kenton, Wayne King, Andy Kirk, Kay Kyser, Elliot Lawrence, Guy
Lombardo, Freddy Martin, Hal McIntyre, Ray McKinley (zette het Miller-orkest
voort), Russ Morgan, Ozzie Nelson, Red Nichols, Ray Noble, Red Norvo, Tony
Pastor, Teddy Powell, Boyd Raeburn, Alvino Rey, Buddy
Rich, Jan Savitt, Charlie Spivak, Jack
Teagarden, Claude Thornhill, Chick
Webb, Lawrence Welk, Paul Whiteman.
(namen in vetjes
zijn ook beroemd en bekend in andere jazzgenres)
...en ’t is nog niet gedaan !
Billy Butterfield, Erskine Hawkins, Maynard Ferguson, Louis
Prima (jawel, King Louie uit ‘Junglebook’), Muggsy Spanier, Cootie Williams,
Sam Donahue, Gerry Mulligan, Charlie Ventura, Teddy Wilson, Tommy Tucker, Spike
Jones (knotsgekke ‘Micky Mouse’ band), Bennie Moten, Ben Pollack, Rudy
Vallee, Russ Columbo, Ted Heath, Louis Jordan, Perez ‘Mambo N° 9’ Prado,
Lew Stone, en dan zijn er nog de Britse, Europese, Latijns-Amerikaanse bands.